Het is letterlijk het uitzicht van mijn voorland, wat me bij mijn geboorte te wachten staat. De werkplaats, het installatiebedrijf. In mijn ogen een tastbare liefdesvorm van mijn ouders.
Onder elke steen ligt een oudere steen. Zo ook hier.
“Zou de da wel doen”, had opa Zondag gezegd, als het over zijn lievelingsdochter ging en toch ook wel het zorgenkind van oma.
(in plat Wamels — “Zou ze dat wel doen?”)
Opa van der Riet, de vader van mijn vader, had 140 meter verderop waarschijnlijk zijn rug moeten toekeren, of met eigen ogen moeten zien dat zijn zoon zich had omgedraaid en verder ging vanaf eigen grond.
Liefdeszinnen, waarop een liefdesnest wordt gebouwd. Funderingen, spanten, beton en alles wat draagt is opgebouwd uit liefde. Uit pijn, uit verwonding, uit gemis. Uit fijn, uit warmte en verlangen. En achter elke zin schuilt weer een zin, een verhaal dat ik niet eens helemaal ken.
Als 2e en jongste van het gezin, als enige jongen, kwam ik tevoorschijn op deze plek. Als zoon, als broertje en onbewust ook als gedroomde opvolger die de toekomst van een liefdesverhaal zou kunnen voortzetten.
Ik herinner hoe mijn vader kritisch de woonkamer inkijkt als hij van werkplaats naar kantoor loopt, en ik, in de hoek van de kamer op klaarlichte dag, Roland Garros, Wimbledon of de Tour de France kijk.
Wat was eigenlijk de liefdeszin van de jongen, is de vraag die in me opkomt als ik deze blog schrijf. Het is even zoeken, maar uiteindelijk is die vrij snel geboren.
“Ik maak het niet kapot.”
Dat is de zin van de jongen, van de zoon.
In de kleine letters van mijn geboorteakte stond dat ik prima kon gaan, maar dat ik altijd zou terugkomen, zodat het beeld, de vorm, de liefde niet stuk hoefde.
Ondanks dat mijn ouders het bedrijf zo’n 20 jaar geleden verkochten, leefde de beweging onbewust in me voort. Het is achteraf, maar ik had geen idee. Ik was bezig om als jonge vader, als professional, een MBA binnen te halen en de verandermanager in de installatiebranche te worden waar nog lang over gesproken zou gaan worden.
Kortom, ik leefde een leven, een liefde, een vorm, wat ten diepste mijn beweging was en tegelijkertijd oneigenlijk.
Afgelopen dinsdag ging de opleidingsdag van Het Land van Rouw over stapeltjesverdriet. Een metafoor van Sabine Noten voor verlieservaringen waar ook de allerkleinsten weet van hebben, in beeld gebracht door een stapel stenen, vergelijkbaar met de steenmannetjes die we tegenkomen in de bergen. Maar in plaats van wegwijzer of spirituele betekenis staan de stenen voor het verlies zoals eenieder dit van ons kent. Onderaan de oudste steen, van de allerkleinste, en zo verder naar boven met wat het leven bracht.
Als ik mijn stapeltjesverdriet op mijn A3 heb getekend, volgt aan eenieder van ons de vraag welk verlies we nog niet hebben getekend.
Ik moet even zoeken, maar dan is hij er. De bovenste steen. Die waar ik nu net bij ben aangekomen.
Mijn destructieve kracht.
Hoe ziet jouw stapel met verlies eruit?
Het is een vraag die je zelden alleen hoeft te beantwoorden.
In mijn praktijk De Vuursmederij begeleid ik mannen die vastlopen, koppels bij wie de liefde niet meer stroomt en mensen die een verlies dragen en niet goed weten hoe verder.
Dit najaar breng ik dit thema samen in een tweedaagse workshop voor mannen: Man & Verlies. Op 22 en 23 oktober onderzoeken we in een kleine groep — maximaal acht mannen — hoe verlies doorwerkt in je leven, en hoe je er opnieuw verbinding mee maakt. Niet door het weg te maken, maar door je stapel werkelijk onder ogen te zien.
Voel je dat dit voor jou een belangrijk moment kan zijn? Lees meer over de workshop, of plan eerst een kort kennismakingsgesprek om te voelen of het bij je past.