Rouw kent seizoenen

Het leven heeft stroom nodig.

De stroom van het leven.
Als het te lang niet stroomt, lopen we vast.

De seizoenen van verlies

De seizoenen gaan ons voor. In het voorjaar ontluikt het prille. Het groeit, eerst voorzichtig, steeds steviger.

De zomer in.
Volle zon. Een warme, intense periode van bevruchting, groei en rijping.

Dan, ergens rond begin september, komt er een kou in de lucht die een tijd weg was. De wind blaast op zijn fluit. Bladsteeltjes vermageren, slinkende oksels tot ze loslaten. Het is tijd van afscheid en van oogsten.

Na de derde herfststorm is het winter. De grond bedekt met wat was. De kisten gevuld.
Van buiten naar binnen.

De winter die je niet mag overslaan

De stilte fluistert de betekenis van het leven dat is geweest. Het afgestorvene als plek om eerst tot stilstand te komen, om aan te nemen. Met de pijn van het afscheid van wat was. De pijn van wat niet geboren heeft kunnen worden.
Daarmee kunnen zijn.

Hier ontstaat langzaam een bodem.
Vruchtbaar.
Grond van het leven van toen.
Dat als het tijd is weer voorzichtig even een oog opent,
naar weer een nieuwe ronde.
Een prille voorjaarszon.

Wie leeft, krijgt onherroepelijk te maken met verlies.
Wie de winter overslaat, neemt zijn verlies onverwerkt mee de lente in, het leven in, de liefde in.

Loop je vast in je leven?
Draag je een verlies dat je maar moeilijk een plek kunt geven?
Je bent welkom.

Vul hier je contactgegevens