Over de lange reis van zoon naar vader — en het ontdooien van wat bevroor.
Tussen afgelopen zaterdag en een kleine 40 jaar terug in de tijd.
Het mooie van een vestingstad met oude stadshaven is dat alle geheimen die ik bij me droeg bewaard zijn gebleven.
En herkansen is een groot goed.
Ik was misschien een jaar of 6 of 7 toen ik voor het eerst daar was. Wij hadden thuis sinds kort een boot, een motorboot, de Libertas genaamd.
Libertas is Latijn voor vrijheid.
Ik voelde me aan boord niet altijd vrij.
Toen in Willemstad lagen we ingepakt tussen andere boten. Het was heet. Waarschijnlijk had ik de plek afgekeurd. In het stadje, samen met papa, mama en mijn zus, vond ik mijn draai niet.
Onrust was mijn antwoord op papa’s geliefde habitat.
De boot was en is zijn hulpbron.
Als kind van een nest met veel verlies vertoefde hij bij de parlevinkers op de Waal.
Later de herkansingen op broederschap bij de Marine. Daarna met zijn eigen nest op avontuur.
Maar ik als zoon was eigenlijk best vaak tegen.
Ik heb uren gevist in elke jachthaven, ik zocht oude baasjes op met wie ik meekeek naar een stilstaande dobber, maar van binnen kwam ik niet tot rust.
Iets later herinner ik me de zondagen en de weekenden weg. Na de sluis van Grave, het laatste stuk naar onze thuishaven Alphen aan de Maas. Op de hoge stoel aan stuurboordkant van de stuurhut. Het raampje staat open, de rest is buiten op het achterdek.
Op dit stuk kan ik even verdwijnen in de stem van de voetbalcommentator van Radio 1. Ik hoop op Romario de Souza Faria.
Maar tegelijkertijd verlang ik naar zo snel mogelijk thuis.
Ik heb geen exact antwoord. Maar ergens droeg ik als zoon iets van dat het niet samen kon, niet samen met papa.
Het verhaal, zijn ogen die ik kon interpreteren als kritisch, alsof ik niet altijd helemaal welkom was, waarop ik me pantserde en uit verbinding ging.
Mijn bang stopte ik onbewust ver, ver weg en bedekte het met: “jou heb ik niet per se nodig, ik ga zelf wel op zoek.”
Het werd een lange tocht. Een paar maanden terug stapte ik in bij sloeproeivereniging RechtAchteruit uit Rumpt.
Zaterdag was de slag om Willemstad.
Zaterdag was mijn eerste race.
Papa was aanwezig met de boot.
Het eerste wat ik voel als ik vrijdagavond bij hem aan boord stap, is mijn schuldgevoel.
Dat hij er is voor mij. Dat uitreiken en aannemen — juist dat ben ik altijd uit de weg gegaan.
En dan, samen: herinneringen delen, een cappuccino drinken en door het stadje slenteren.
Tijdens de race vaart papa verderop naast ons in de vaargeul. Als we een andere sloep passeren, toetert hij met een antieke scheepstoeter.
Ik roei en zie hem. Soms raak ik mijn slag even kwijt, als zoon even van slag met papa naast me, dichtbij.
Dat mag bij een beginner.
Willemstad draagt vanaf nu een dikke vette herkansing — dat is geen geheim.
Lang leven de reis van zoon naar vader.
Van opnieuw leren uitreiken en aannemen.
En de terugkeer van het liefdevolle in mezelf, het ontdooien van gestolde rouw.
* * *
En, man: herken je die afstand tot je vader — of tot jezelf? Die reis van zoon naar volwassen man hoef je niet alleen te maken. Lees meer over coaching voor mannen, of doe een eerste stap en sluit aan bij de mannengroep.