"Bij mijn moeder kom ik thuis, bij mijn vader ga ik op visite."
Zei een man treffend tijdens de mannencirkel.
Een zin die bleef hangen.
De beweging zoals veel zonen hem kennen.
In de ogen van moeder, in de ogen van het vrouwelijke, ervaren we vaak het welkom.
In mannenogen is er dikwijls eerst iets anders.
Bewijzingsdrang.
Je groot houden. Je sterk houden. Je niet laten raken.
Een pantser van verbrand staal.
Sterk genoeg om te beschermen.
Te kwetsbaar om in te blijven, wanneer het echt spannend wordt.
Wanneer ik op donderdagavond een mannencirkel begeleid, voel ik vooraf vaak een steen in mijn buik.
Ook voor mij blijkt het iedere keer opnieuw een opgave om aan te komen bij mijn welkom.
Dan heb ik eerst stil te staan bij de mannen die mij voorgingen. Of eigenlijk moet ik door mijn labyrint om bij hem aan te komen.
Bij de jongen in mij die lange tijd alleen bleef. Alleen blijven als remedie.
Omdat samen ook verlies betekent. Het kunnen aannemen van wat er wel was gaat hand in hand met wat er niet was.
Omdat samen ook vraagt om opnieuw risico te nemen.
En misschien is dat wel de essentie.
Dat we als mannen onder elkaar mogen oefenen.
Met blijven.
Met uitreiken.
Met ontvangen.
Met thuiskomen op plekken waar we ooit op visite gingen.
In het najaar start de vierde mannengroep.
Man,
je bent welkom.