Asfalt.
Misschien wel het medicijn voor de man die verbinding zoekt met zichzelf.
Misschien ook zijn ultieme vluchtroute.
Fietsen, duursporten, hardlopen.
In mijn praktijk ontmoet ik regelmatig afgetrainde mannen die binnenstappen met de vraag: hoe kom ik in verbinding met mijn gevoel?
De vraag staat niet op zich. Gezonde, volle, levendige relaties hebben verbinding nodig, met jezelf en met de ander. En wie niet in verbinding staat met zijn lijf, woont vaak te veel in zijn hoofd.
Gaandeweg onze ontmoetingen komt naar voren dat er toch nog een toestand is waarin we onszelf, ons voelen, meer kunnen ervaren.
Het asfalt.
Niet direct bij de start.
Niet na een half uur.
Nee.
Niet zo snel.
Ergens als de inspanning diep genoeg is dat ons denken stiller wordt en we langzaam wat kunnen zakken in onze donder.
Ik herken het van het asfalt van mijn eigen levenspad.
Op mijn 29e had ik mijn vrouw Mieke ontmoet. Zij was mijn eerste en enige echte verkering.
Er was geen reden om te wachten of rustig aan te doen. Voortgestuwd door verse liefdesenergie gingen we als de brandweer. In drie jaar tijd waren we getrouwd en in verwachting van onze eerste zoon, nog geen 2 jaar later kwam de tweede.
Als complete familieman liep ik uiteindelijk vast in mijn werk. Dat voelde ik vooral aan de manier waarop ik 's avonds thuiskwam. Redelijk futloos, terwijl mijn jongens het beste van me vroegen.
Ik kreeg lichamelijke klachten. Verkouden, longontsteking, oorontsteking, opnieuw verkouden. Ik zocht actief naar oplossingen. Zo kwam ik bij een orthomoleculaire arts die zou kunnen helpen. Meer bewustzijn op voeding, intoleranties en supplementen om de binnentuin weer op orde te krijgen.
Dat was zijn deel. Met mijn stress moest ik zelf iets doen, luidde zijn advies. Welke stress?
Ondertussen had ik in onze rommelige schuur mijn racefiets weer van de haak gehaald. Vanuit familie Van der Riet was het idee gelanceerd om met een aantal ooms en tantes en neven en nichten deel te nemen aan Alpe d'HuZes.
De voorbereidingen deden me goed.
Op de dag van het evenement gebeurde er iets wezenlijks. Ik reed voor de derde keer de Alpe naar boven, ik zat kapot, en ineens was ik geraakt. Een moment dat de mensen die dichtbij in me leven, ook even dichtbij in mijn binnenwereld raakten. Achteraf was het een magisch moment.
Fietsen bleek een zelfmedicijn. Een nadeel. Ik moest steeds verder, steeds dieper, steeds extremer. Alsof ik langzaam immuun werd voor mijn eigen middel.
Nog een nadeel. Het leven speelt zich af in de ontmoeting, in verbinding met de ander.
En ik vond het juist zo fijn: om zes uur 's ochtends alleen weg. Over de dijk richting Nijmegen, de eerste hoogtemeters bij de Oude Hollenweg, door naar de Posbank, over de Wageningse berg en de Greb, en terug langs de Waal. Zoveel mogelijk kilometers, zoveel mogelijk hoogtemeters. Ik kwam mezelf tegen, in plaats van dat ik mezelf ontmoette in relatie tot de ander.
Dit is de plek waar mijn praktijkdeur opengaat.
Man, kom zitten.
Fijn dat je er bent.
Wat een tocht heb je afgelegd om hier te komen.
Samen gaan we op onderzoek.
Naar wat er onder het asfalt leeft, wat lang niet gezien is, en aandacht vraagt.
Je levensverhaal pak je voorzichtig vast, samen, in de ontmoeting, jij het jouwe, ik het mijne.
Van daaruit maak je steeds meer contact: met jezelf, met de aarde, met het asfalt, met de ander.
Risicovol.
En dik vet de moeite waard.
Je bent welkom.
Zet de eerste stap. Stuur me een bericht — dan gaan we zitten.